Veel gestelde vragen

Update 2 september 2020

Het coronavirus zorgt voor een uitzonderlijke situatie in Nederland en de rest van de wereld. Wij begrijpen dat deze situatie veel vragen oproept. Hieronder staat een overzicht van een aantal veel gestelde vragen en de daarbij behorende antwoorden.

Overzicht veel gestelde vragen

ALGEMEEN

Wanneer moet mijn kind thuis blijven?
Het kind mag niet naar de kinderopvang (kinderdagopvang, BSO en gastouderopvang) als:

  • het kind 1 van de volgende klachten heeft: neusverkoudheid, loopneus, niezen, keelpijn, hoesten, verhoging tot 38 graden Celsius of koorts (boven 38 graden Celsius), plotseling verlies van reuk of smaak, of een combinatie van deze klachten;
  • als een huisgenoot van het kind koorts (boven 38 graden Celsius) en/of last van benauwdheid heeft. En er is nog geen negatieve testuitslag.

Er geldt een uitzondering voor kinderen van 0 tot 4 jaar en kinderen in groep 1 of 2 van de basisschool met neusverkoudheid. Voor deze kinderen geldt dat zij bij een neusverkoudheid gewoon naar de kinderopvang (kinderdagopvang, BSO en gastouderopvang) mogen, behalve:

  • als het kind ook koorts of andere COVID-19 klachten heeft;
  • als het kind een huisgenoot is van een patiënt met een bevestigde COVID-19;
  • als een huisgenoot van het kind koorts (boven 38 graden Celsius) en/of last van benauwdheid heeft. En er is nog geen negatieve testuitslag.

Mijn kind behoort tot een risicogroep / iemand uit ons gezin behoort tot de risicogroep. Kan mijn kind naar school, kinderopvang en BSO?

  • Kinderen met onderliggende medische problematiek lijken geen groter risico te lopen op een ernstig beloop van COVID-19 dan gezonde kinderen.
  • Bij twijfel of uw kind naar school, kinderopvang of BSO kan, is het verstandig te overleggen met de behandelend (kinder)arts en de schoolleiding.
  • Wanneer een gezinslid in de risicogroep valt en onder specialistische behandeling is, overleg dan met de arts en de schoolleiding of het kind naar school kan.

Wat zijn de regels voor kinderen die op vakantie zijn geweest?
Het wordt afgeraden om op vakantie te gaan naar ‘oranje landen’, voor ‘rode landen’ geldt een negatief reisadvies. Ouders moeten zich bewust zijn van de verantwoordelijkheid die zij hebben voor het op reis gaan naar gebieden waar een oranje of rood reisadvies geldt of mogelijk kan gaan gelden.
Zij kunnen het reisadvies controleren op Nederlandwereldwijd.nl.
Iedereen die terugkomt uit een land met een oranje of rood reisadvies vanwege het coronavirus, gaat 10 dagen in quarantaine. Kinderen tot en met 12 jaar mogen wel naar school, kinderopvang (waaronder buitenschoolse opvang en gastouderopvang) en aan sportactiviteiten deelnemen. Dat kan niet als:

  • het kind 1 van de volgende klachten heeft: neusverkoudheid, loopneus, niezen, keelpijn, hoesten, verhoging tot 38 graden, koorts en/of plotseling verlies van reuk of smaak;
  • een huisgenoot van het kind koorts (boven 38 graden Celsius) en/of last van benauwdheid heeft. En er is nog geen negatieve testuitslag.

Ouders mogen hun kinderen tijdens hun eigen thuisquarantaine niet halen of brengen. Bijvoorbeeld naar school, kinderopvang of sportactiviteiten. Hiervoor zullen ze anderen moeten vragen.

Wat zijn de regels voor ouders die op vakantie zijn geweest in landen met een oranje reisadvies (wegens een corona uitbraak)?
Het wordt afgeraden om op vakantie te gaan naar ‘oranje landen’. Voor ‘rode landen’ geldt een negatief reisadvies. Ouders die terugkomen uit een land met een oranje of rood reisadvies vanwege corona, gaan 10 dagen in quarantaine.
Zij moeten dus thuisblijven en mogen ook niet naar de kinderopvang komen. Voor eventueel halen en brengen van kinderen zullen ze anderen moeten vragen.

Waar kan ik terecht als ik klachten heb over de uitvoering van het protocol Kinderopvang op mijn kinderopvang?
Bij klachten over de uitvoering van het protocol door uw kinderopvangorganisatie kunt u contact opnemen met de kinderopvanglocatie of met de oudercommissie. Elke kinderopvangorganisatie heeft een klachtenprotocol waarin zij beschrijven hoe klachten worden behandeld. (Ernstige) signalen, waarbij er een direct gevaar dreigt, kunt u ook bij uw lokale GGD neerleggen, zij voeren het toezicht op de kinderopvang uit.

Wat moet de kinderopvang of gastouder doen om verspreiding van corona te voorkomen?
Er is een protocol voor de kinderopvang en gastouders waarin staat welke maatregelen zij moeten nemen. In dit protocol wordt ingegaan op een aantal praktische aspecten rondom veiligheid en hygiëne.
Het protocol voor de kinderopvang wordt regelmatig aangepast aan nieuwe ontwikkelingen of inzichten. De actuele versie van het protocol voor de kinderopvang kunt u vinden via Veranderingenkinderopvang.nl.

 

KINDEROPVANG BIJ KLACHTEN DIE PASSEN BIJ CORONA

Mag mijn kind met neusverkoudheid naar de kinderopvang?
Voor kinderen van 0 tot 4 jaar en kinderen in groep 1 of 2 van de basisschool geldt dat zij bij een neusverkoudheid gewoon naar de kinderopvang (kinderdagopvang, BSO en gastouderopvang) mogen, behalve:

  • als het kind ook koorts of andere COVID-19-klachten heeft;
  • als het kind een huisgenoot is van een patiënt met een bevestigde COVID-19;
  • als een huisgenoot van het kind koorts (boven 38 graden Celsius) en/of last van benauwdheid heeft. En als er nog geen negatieve testuitslag is.

Voor kinderen in groep 3 en hoger gelden de normale regels voor thuisblijven:

  • bij verkoudheidsklachten of andere klachten die passen bij COVID-19. Dat zijn: verkoudheidsklachten, hoesten, koorts (boven 38 graden Celsius), benauwdheid, en/of verlies van reuk of smaak.
  • als een huisgenoot van het kind koorts (boven 38 graden Celsius) en/of last van benauwdheid heeft. En als er nog geen negatieve testuitslag is.

Het RIVM heeft een handreiking bij neusverkouden kinderen opgesteld. De handreiking wordt regelmatig aangepast aan nieuwe ontwikkelingen en inzichten.

Waarom mogen jonge kinderen wel met neusverkoudheid naar de kinderopvang?
Jonge kinderen zijn vaak verkouden en worden daarom nu vaak geweigerd door de kinderopvang omdat neusverkoudheid een klacht van COVID-19 kan zijn.
Bij kinderen verloopt COVID-19 echter niet ernstig en hun rol in de verspreiding van COVID-19 lijkt beperkt te zijn. Daarom mogen kinderen van 0 tot 4 jaar en kinderen in groep 1 of 2 van de basisschool ook met een neusverkoudheid naar de kinderopvang.

Als een kind langdurig verkoudheidsklachten of hooikoorts heeft, kan hij of zij dan wel naar de kinderopvang?
Als het kind elk jaar hooikoorts heeft of chronisch verkouden is, dan herkent de ouder deze klachten. Het kind mag dan gewoon naar school of de kinderopvang. Bij twijfel, of als de klachten anders zijn dan gewend, blijft het kind thuis tot de (nieuwe) klachten voorbij zijn of laat uw kind testen.
Voor kinderen van 0 tot 4 jaar en kinderen in groep 1 of 2 van de basisschool geldt dat zij bij een neusverkoudheid gewoon naar de kinderopvang (kinderdagopvang, BSO en gastouderopvang) mogen. Zie hiervoor de bovenstaande vragen.

 

TESTEN OP CORONA

Kan ik mijn kind laten testen?
Per 1 juni kan iedereen (dus ook kinderen) met de volgende klachten zich laten testen:

  • neusverkoudheid;
  • loopneus;
  • niezen;
  • hoesten;
  • verhoging (tot 38 graden) of koorts (vanaf 38 graden) en/of;
  • plotseling verlies van reuk of smaak.

Kinderen kunnen op verzoek van de ouders worden getest. Ouders zijn echter niet verplicht om hun kind te laten testen.
Scholen en kindercentra mogen niet eisen dat een kind wordt getest. Bij een positieve uitslag wordt bron- en contactonderzoek ingesteld. Bij een negatieve testuitslag mag het kind naar de kinderopvang, als het alleen neusverkouden is en verder niet ziek.
Als op de kinderopvang in een groep 3 of meer kinderen klachten hebben die passen bij COVID-19 wordt geadviseerd om deze kinderen te testen. De kinderopvangorganisatie neemt dan contact op met de GGD. Zie ook de Handreiking uitbraakonderzoek COVID-19 op kindercentra en basisscholen.

Is er voor pedagogisch medewerkers de mogelijkheid zich te laten testen op het coronavirus?
Een medewerker in de kinderopvang met ten minste 24 uur symptomen van hoesten en/of neusverkouden en/of koorts, kan getest worden. Medewerkers kunnen contact opnemen met de bedrijfsarts en gastouders rechtstreeks voor een test door de regionale GGD.

Wanneer moet een medewerker komen werken?
Het protocol kinderopvang geeft aan dat personeel/gastouders met symptomen van hoesten en/of neusverkouden en/of koorts boven 38 graden Celsius thuis moeten blijven en worden getest op COVID-19. Totdat de uitslag bekend is blijft de medewerker thuis. Als de medewerker negatief is getest of 24 uur klachtenvrij, kan de medewerker weer aan het werk.
Zie het protocol kinderopvang.

Hoe moet de 1,5 meter regel worden nageleefd in de kinderopvang?
Zie protocol:

  • afstand tussen volwassenen: 1,5 meter
  • géén afstand tussen kinderen 0-12 jaar
  • géén afstand tussen kind 0-4 jaar en gastouder/PMer
  • afstand tussen volwassenen en kinderen vanaf 4 jaar:  1,5 meter voor zover mogelijk

Wat zijn de richtlijnen voor vervoer door de bso van en naar de scholen?
Vanaf 11 mei gelden voor het vervoer van en naar de bso de algemene uitgangspunten zoals die zijn verwoord in het protocol kinderopvang. De volgende richtlijnen gelden daarom ook in het vervoer:

  • 1,5 meter afstand houden tussen kinderen is niet nodig;
  • Tussen personeelsleden en kinderen ouder dan 4 jaar moet zoveel mogelijk 1,5 meter afstand worden bewaard;
  • Tussen personeelsleden onderling moet 1,5 meter afstand worden bewaard.

Kinderen mogen net als voor de coronacrisis, vervoerd worden in een auto of busje. Wel moet de bestuurder zoveel mogelijk afstand proberen te houden van de kinderen, en 1,5 meter afstand houden van andere volwassenen.

 

VERGOEDING

Over welke periode hebben ouders een vergoeding ontvangen van de eigen bijdrage?
Vanwege de (gedeeltelijke) sluiting van de kinderopvang van 16 maart tot en met 7 juni hebben ouders een vergoeding ontvangen voor de eigen bijdrage. De meeste ouders hebben deze vergoeding op 8 juli ontvangen van de SVB.
Voor de berekening van de vergoeding heeft de SVB de gegevens gebruikt die op 6 april verwerkt waren bij de Belastingdienst/Toeslagen.  Zie voor meer informatie ook www.svb.nl/opvang.
Op het moment dat u voor 1 of meer kinderen nog geen kinderopvangtoeslag had aangevraagd per 6 april – en wel voor kinderopvangtoeslag in aanmerking komt – vraag dan zo snel mogelijk alsnog kinderopvangtoeslag aan. Dan krijgt u waarschijnlijk omstreeks oktober (een aanvulling op) uw vergoeding.
Ouders die voor kinderopvang betalen en daarbij worden gesubsidieerd via een gemeentelijke regeling, in het kader van voorschoolse educatie, peuteraanbod of vanwege een sociaal-medische indicatie, krijgen een vergoeding over deze zelfde periode via de gemeente. De gemeenten ontvangen hiervoor extra middelen vanuit de Rijksoverheid.

Hoeveel vergoeding kan ik verwachten?
De vergoeding heeft betrekking op uw eigen bijdrage voor de kinderopvang. Het totale bedrag dat u betaalt voor kinderopvang bestaat uit de kinderopvangtoeslag die u via de Belastingdienst bent blijven ontvangen, en de eigen bijdrage die u betaalt.
Deze eigen bijdrage is onder andere afhankelijk van uw inkomen. Een hoger inkomen leidt tot een lagere kinderopvangtoeslag en een hogere eigen bijdrage. Ook verschilt uw eigen bijdrage meestal per kind, omdat u voor het eerste kind een ander toeslagpercentage ontvangt dan voor het tweede en verdere kinderen.
De hoogte van de vergoeding benadert de eigen bijdrage. De vergoeding is gebaseerd op de wettelijk vastgelegde maximum uurprijs (€ 8,17 voor kinderdagopvang, € 7,02 voor buitenschoolse opvang en € 6,27 voor gastouderopvang). Veel organisaties vergoeden het deel boven de maximum uurprijs. Informeer hiervoor bij uw kinderopvangaanbieder.
De vergoeding hangt verder af van een aantal gegevens die op peildatum 6 april bij de Belastingdienst/Toeslagen bekend zijn: het aantal kinderen dat gebruik maakt van kinderopvang, het aantal uren kinderopvang en de hoogte van het verzamelinkomen. Hierdoor kan het zijn dat de vergoeding enigszins afwijkt van de daadwerkelijk betaalde eigen bijdrage.
Op het moment dat u voor één of meerdere kinderen nog geen kinderopvangtoeslag had aangevraagd per 6 april – en wel voor kinderopvangtoeslag in aanmerking komt – vraag dan zo snel mogelijk alsnog kinderopvangtoeslag aan. Dan u krijgt u waarschijnlijk omstreeks oktober (een aanvulling op) uw vergoeding.
Kijk op de website van de SVB voor meer informatie over de vergoeding van de eigen bijdrage.
Of bekijk de animatie over de bepaling van de hoogte van de eenmalige vergoeding.

 

KOSTEN EN CONTRACT KINDEROPVANG

Wat moeten ouders doen als hun inkomen sterk daalt door de coronacrisis of als zij bijvoorbeeld zzp’er zijn en momenteel geen inkomsten hebben?
Wanneer het inkomen wijzigt, is het belangrijk dit door te geven aan de Belastingdienst, zoals zij normaal ook zouden doen. De kinderopvangtoeslag is hoger bij een lager inkomen. Ouders zullen dan dus de kinderopvangtoeslag ontvangen die aansluit op hun actuele inkomen. Uw wijziging gaat in op de eerste dag van de volgende maand. Aanpassen kan via het portaal van de Belastingdienst.
Bij werkloosheid geldt dat tot 3 maanden na het verliezen van werk recht blijft bestaan op kinderopvangtoeslag. Ouders die hun werk verliezen, hoeven dus niet direct hun kind(eren) van de opvang te halen en de plek op de kinderopvang op te geven.
Kijk voor meer informatie over kinderopvangtoeslag bij stoppen met werken of werkloos worden op de website van de Belastingdienst.

Ik wil (tijdelijk) geen gebruik maken van de opvang, bijvoorbeeld omdat mijn kind of gezinsleden tot een risicogroep behoren. Moet ik dan wel betalen?
Sinds 8 juni is de kinderopvang volledig open en vervalt de vergoeding voor de eigen bijdrage.
Als u (tijdelijk) geen gebruik meer wilt maken van de kinderopvang, dan adviseren wij u daarover contact met ons op te nemen.

 

KINDEROPVANGTOESLAG

Door het coronavirus zit ik thuis en werk ik minder uren. Heeft dit invloed op de hoogte van mijn kinderopvangtoeslag? Deze is immers afhankelijk van mijn gewerkte uren.
Nee. Voor de komende periode blijven uw gewerkte uren ongewijzigd en blijft het aantal uur waarvoor u aanspraak heeft op kinderopvangtoeslag in stand.
Indien u uw baan verliest, geldt dat tot drie maanden na het verliezen van uw baan recht blijft bestaan op kinderopvangtoeslag. Dit zodat niet direct gestopt hoeft te worden met het gebruik van kinderopvang en de plek bij de kinderopvang niet direct verloren hoeft te gaan.

Hebben ouders die gebruik maken van de nieuwe Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor werkgelegenheid (NOW) nog recht op KOT?
Ouders die gebruik maken van de NOW behouden het recht op kinderopvangtoeslag. Zij krijgen hun loon 100% doorbetaald. Er verandert voor deze ouders in die zin dus niets.

Ik ben mijn baan verloren, wat moet ik doen?
Na het verlies van werk loopt uw recht op kinderopvangtoeslag nog drie maanden door. Afhankelijk van het aantal uren dat u heeft opgebouwd, heeft u mogelijk nog langer recht op kinderopvangtoeslag. Kijk voor meer informatie over kinderopvangtoeslag bij stoppen met werken of werkloos worden op de website van de Belastingdienst.

 

VRAGEN

Waar kan ik terecht met vragen?
U kunt contact opnemen met onze afdeling Klantrelaties: klantrelaties@kinderrijk.nl of 020-4260866.

U kunt terecht op Rijksoverheid.nl/coronavirus. Op deze website staat de meest actuele informatie.
Vragen kunt u ook stellen bij de BelastingTelefoon (0800-0543). Houdt u dan wel rekening met een langere wachttijd dan normaal.